Philippe Van Snick
(Gent,
1946 - Brussel,
2019 )
Philippe Van Snick debuteert met minimalistische abstracte schilderijen, maar ontwikkelt vanaf de jaren zeventig een multimediaal oeuvre dat ook fotografie, film, tekeningen, sculpturen en installaties omvat. Daarin analyseert hij systematisch zowel het abstracte begrip ruimte als concrete ruimtelijke ervaringen. Op basis van decimale systemen en dualistische tegenstellingen (dag en nacht, licht en donker, orde en chaos, het geestelijke en het materiële ...) construeert hij een eenvoudige en beheersbare, maar toch dynamische beeldtaal die tegelijk raakt aan het alledaagse en het universele. Van Snick gebruikt rechthoeken, vierkanten, balken, kubussen en ellipsvormen, en een tiendelig kleurenpalet. Dat bestaat uit de zes primaire en secundaire kleuren, goud en zilver, die een fysische waarde hebben en het materiële vertegenwoordigen, en wit en zwart, die staan voor het immateriële. Betekenis komt voor Van Snick voort uit de relatie – door hem gecreëerd of gemanipuleerd – van het werk tot de ruimte en de relatie van de toeschouwer tot dit werk in de ruimte