Etienne Van Doorslaer
(Saint-Remy-les-Chevreuses (F),
1925 - Brugge,
2013 )
Tijdens zijn studies aan het Hoger Instituut Sint-Lucas in Gent geraakt Etienne Van Doorslaer bevriend met Dan Van Severen, een contact dat nog intenser wordt wanneer ze midden jaren zestig zowat buren worden. Op dat moment leeft Van Doorslaer al enkele jaren als pater Maur in de benedictijnerabdij van Zevenkerken (Sint-Andries, Brugge), waar hij zich verdiept in de filosofie, de theologie en de schilderkunst. Bepalend voor zijn artistieke vorming is een verblijf in Parijs kort na zijn priesterwijding. Van Doorslaer maakt er kennis met de naoorlogse abstracte kunstscene en in het bijzonder met Alberto Magnelli, wiens nauwgezette vlakverdeling en voorzichtige kleurschakeringen hem sterk aanspreken. Aanvankelijk zorgen gekleurde stippen voor enige dieptewerking in verder monochrome schilderijen, maar vanaf 1966 krijgt Van Doorslaers werk zijn definitieve vorm. Herhaling en symmetrie bepalen de uitgepuurde composities in – uiteindelijk – monochroom witte doeken met zachte ondertonen die onbewust een contemplatieve zoektocht naar soberheid, eenvoud en het licht weerspiegelen.