Walter Swennen
(Brussel,
1946 )
De artistieke praktijk van Walter Swennen vertrekt bij een gezonde argwaan tegenover (schilder)kunst. Al in de jaren zestig maakt hij absurdistische dadaobjecten. De jonge Swennen is ook dichter, maar sinds de jaren tachtig tast hij uitsluitend nog de mogelijkheden van de schilderkunst af. Hij ontwikkelt een heterogeen oeuvre met uiteenlopende dragers, stijlen en motieven. Zijn associatieve benadering vermijdt een welomlijnde betekenis. Een schilderij moet voor Swennen niet ‘ontroeren’ of ‘begrepen’ worden. Het eerste doel van de schilderkunst is ... het schilderen. Swennen thematiseert de zoektocht naar de juiste drager, een interessant onderwerp en een aangepaste techniek. Hij integreert alledaagse voorwerpen in zijn werk en ontleent gretig motieven aan de populaire cultuur. Op die manier komt hij tot een visuele poëzie die, op basis van humor en associaties, herinneringen losmaakt aan zijn jaren als schrijver. In 1994 organiseerde het M HKA de eerste solotentoonstelling van Swennen. In februari 2020 kreeg hij een Ultima voor zijn veelzijdige carrière in de beeldende kunst.